>Relatief en Absoluut normeren – een lesje voor het gewone publiek door Hanne Obbink van Trouw

>

De standaard literatuur over toetsen en beoordelen wijdt altijd een hoofdstuk aan ‘standard-setting’ cq. ‘normeren’, cq. ‘cesuurstellen’ cq. ‘zak/slaaggrens’ bepaling. De vraag bij toetsen is namelijk vaak: bij welke score op een toets vinden we dat een student geslaagd of gezakt is? Welk ‘niveau’ moet worden behaald? En om het nog wat moeilijker te maken en het niet alleen te hebben over zakken en slagen: Hoe lang is het ‘meetbereik’ van een toets eigenlijk? Hoeveel zinvolle verschillende gradaties van beheersing kan ik onderscheiden? Hoe weet ik waar de grenzen zitten tussen die gradaties? Die vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden en er spelen vele aspecten een rol.
Een basisvoorwaarde om deze aspecten zinvol te kunnen bespreken is dat het verschil tussen het stellen van deze grenzen op basis van de prestatie van de groep die de toets maakt of op basis van een absolute grens gekend moet zijn. Voor de eeste situatie geldt dat de grens van zakken/slagen bijvoorbeeld lager wordt gesteld als de gehele groep die de toets maakt laag scoort en vice versa. Deze toetsen heten ook wel (heel verwarrende) ‘norm referenced tests’. Voor de tweede situatie geldt dat de toetssamensteller op één of andere manier weet – voorafgaand aan het afnemen van de toets – welke vragen (of welk percentage van vragen) correct beantwoord moet zijn om de beslissing terecht geslaagd (of gezakt) te kunnen vellen. Deze toetsen heten vaak ‘criterion referenced tests’. Er is geen ‘wet’ die aangeeft welke methode ‘het beste is’. Dat hangt ook weer van vele factoren af. Die laat ik hier even buiten beschouwing.

Het kennen van dit verschil bij het grote  publiek zou heel veel discussies in Nederland op een veel hoger plan kunnen tillen. De waan van de dag zouden een stuk minder een rol spelen.

Vandaar hulde voor journalist en onderwijsredacteur Hanne Obbink van de Trouw. In zijn artikel van 26 januari 2011 “Zijn die beginnende mbo’ers nou dom of niet?” legt hij helder uit waar de verwarring in Nederland omtrent het ‘niveau’ van ons onderwijs vandaan komt. Het onbenoemd laten bij het bespreken van het ‘niveau’ van het Nederlands onderwijs moet altijd voorzien worden van de veronderstelling of het gaat om relatief danwel absoluut gestelde grenzen. Zonder die toevoeging weet niemand waar het eigenlijk over gaat en ontspoort de discussie altijd.

Hanne Obbink heeft dit mooi verwoord. Jammer alleen dat hij zelf de woorden ‘relatief’ en ‘absoluut’ niet  vermeld in zijn artikel. Dat doe ik dan maar.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s