>Je kan een mol het best vergelijken met …

>

#nwg #wetenschapsquiz
Afgelopen 26 december 2010 heb ik toevallig een stukje van de Nationale Wetenschapsquiz 2010 bekeken. De vragen waarbij ik inschakelde in het programma, bleken van lage vraagkwaliteit. Dat was me al snel duidelijk. Ook Ben Wilbrink, een expert op het gebied van toetsen en toetsontwikkeling was dit niet ontgaan.
Het is illustratief om de twee vragen die ik zag eens nader te beschouwen om na te gaan wat er mis is met die vragen en hoe een vraagontwikkelaar deze zou kunnen verbeteren.
11: Je kan een mol het beste vergelijken met:
  1. Een Tibetaan
  2. Een Eskimo
  3. Een Arabier
Ben Wilbrink geeft onderstaande kwalificatie aan de vraag:
Een ongelooflijke blamage. […]. Over het duiden van dromen door Freud gaf Prof. Linschoten ooit een hilarisch college waarin hij aantoonde dat je willekeurig welke woorden of gebeurtenissen in een paar stappen aan elkaar kunt associëren. […] De door de ontwerper bedoelde interpretatie van de vraag is […] ver gezocht. Als je op deze manier vragen zou mogen ontwerpen, is er geen enkele grens meer aan de onzin. Behalve het show-gehalte dan.
Het probleem van deze vraag is dat er geen enkel criterium wordt gegeven op basis waarvan de beantwoorder een vergelijking moet maken. Daarom is elke vergelijking tussen de mol en een willekeurig persoon is in principe goed te rekenen. Een verbetering van de vraag door de toevoeging van de nadere specificatie ‘fysiologisch’ (Je kan een mol fysiologisch het beste vergelijken met …), of nog nader met ‘respiratorisch fysiologisch’ zou deze vraag al veel acceptabeler maken.
Een ander voorbeeld is de vraag 12
12: Waardoor worden pasgewassen handdoeken die je buiten laat drogen hard?
  1. UV-licht verandert de chemische samenstelling van de restanten wasmiddel
  2. Er waaien stofdeeltjes in de vezels die de stof stug maken
  3. Er ontstaan zoutkorsten door gebrek aan beweging

Voor deze vraag geldt dat de informatie in de stam onvolledig en zelfs misleidend is. Eigenlijk vergelijkbaar met vraag 11, maar dan iets subtieler. Immers, wat moet er onder verstaan worden dat de was buiten hangt? Wat is daar de  essentie van? Hier moet de beantwoorder allerlei zaken gaan veronderstellen.

Nadat we er achtergekomen zijn wat het correcte antwoord is blijkt dat het niet om buiten gaat, maar om het feit dat de was al-dan-niet flink beweegt tijdens het drogen. Dat gegeven staat vermeld in het derde alternatief. Daar wordt dus vraagtechnisch een klassieke fout gemaakt: in de stimulus wordt niet de gehele context gegegeven.

Tegelijkertijd kunnen de alternatieven 1 en 2 op zich ook correcte beweringen zijn, maar geen verklaring voor het gegeven in de stam van de vraag. Vraagtechnisch dient hier voor de volledigheid ook de toevoeging omdat in de stam te worden opgenomen. Alternatief 1 zal echter inderdaad wel geen verklaring zijn voor het gestelde. Alternatief 2 kan op zich echter ook een verklaring vormen. Als er maar genoeg stof (bijvoorbeeld cement bouwstof van de bouwplaats) in de was waait kunnen handdoeken ook hard worden.

Een betere vraagformulering zou onderstaande geweest kunnen zijn.

12:
Gegeven:
Je haalt pasgewassen handdoeken uit de wasmachine. Het is buiten 18 graden en windstil. Je besluit om de was niet in de wasdroger maar aan de lijn te laten drogen. Dat scheelt weer een hoop stroomverbruik. Je weet echter dat de handdoeken dan harder zijn na het opdrogen dan in na drogen in de droogmachine. Dat vind je echter niet erg.

Gevraagd:

Wat is de beste verklaring waardoor de handdoeken hard worden in deze situatie ?
  1. Doordat UV-licht van de zon de chemische samenstelling van de overgebleven zeoliet zodanig veranderd dat zij kristalliseren en daardoor hard worden
  2. Doordat de overgebleven oppervlakte-actieve stoffen uit het wasmiddel door de te lage temperatuur kunnen kristalliseren en daardoor hard worden
  3. Doordat door de verdamping van het water uit de stof, restanten kalkzeep in korsten opdrogen op de stof

Wat heb ik veranderd?

  1. Wat ik vaak adviseer is om de stimulus van de vraag duidelijk te scheiden in een Gegeven een een Gevraagde. Dat maakt duidelijk voor de beantwoorder wat aangenomen kan worden als ‘correcte bewering’ en welk probleem dient te worden opgelost.
  2. Ik heb twee afleiders gemaakt die op zich incorrecte uitspraken zijn. Dat is vraagtechnisch niet zo goed, maar helpt wel om de complexiteit van het probleem te benadrukken.
  3. Als grapje heb ik in het gegeven genoemd dat de gekozen oplossing van drogen aan de lijn ook milieuvriendelijker is. Dat benadrukt de relevantie van het wetenschappelijk thema wellicht. Voor tentamendoeleinden zou ik dat echter achterwege laten. Dat geldt ook voor de kwalificatie iets niet erg vinden.
  4. In de alternatieven heb ik meer vaktechnisch uitdrukkingen opgenomen zodat de beantwoorder een complexer beeld krijgt voorgeschoteld van het probleem. In het kader van het doel van de Wetenschapsquiz wordt dan ook duidelijker dat er een meer complexiteit en inhoud aanwezig is in het probleem. Hopelijk gaan de beantwoorders dan ook gerichter op zoek naar de aard van het probleem.

Om de vraag nog eenduidiger te maken zou ook onderstaande vraagstelling gebruikt kunnen worden.

12:
Gegeven:
Je haalt pasgewassen handdoeken uit de wasmachine. Het is buiten 18 graden en windstil. Je besluit om de was niet in de wasdroger maar aan de lijn te laten drogen. Je weet echter dat de handdoeken dan harder zijn na het opdrogen dan na drogen in de wasdroger.
Gevraagd:
In de gegeven situatie: wat is de reden dat handdoeken in de wasdroger zachter zijn na drogen?
  1. De hogere temperatuur in de wasdroger
  2. De bewegingen van de was in de wasdroger
  3. Het voorkomt dat er UV-licht bij de was komt

Het probleem van deze vraag is echter dat de vragensteller niet weet om welke reden de beantwoorder het correcte alternatief kiest en het goede antwoord kan ook tot de algemene kennis worden gerekend. Om die reden zou er nog een extra vraag achter geplaatst kunnen worden. Iets in de trant van:

OMDAT

  1. de hardheid wordt veroorzaakt door samenkoekende zoutkorsten
  2. de hardheid wordt veroorzaakt door kristalliserende oppervlakteactieve stoffen
  3. de hardheid wordt veroorzaakt door samenkoekende stofdeeltjes

Ik weet niet of mijn alternatieven exact goed zijn (ik ben geen wasmiddelexpert), maar mij lijken de vragen wel interessanter en beter te worden door mijn ingrepen.

Ben Wilbrink gaat er in zijn site nog op in hoe de Nationale Wetenschapsquiz ook zich meer rekenschap van zou kunnen geven om het wetenschappelijk karakter te benadrukken door vragen meer te richten op procedures en onderzoeksopzetten. Dat zou toch ook interessant zijn.

Advertisements

2 thoughts on “>Je kan een mol het best vergelijken met …

  1. >Wanneer een eskimo zijn handdoeken buiten te drogen hangt en wordt afgeleid door het feit dat een fiks verdwaalde mol zijn iglo ramt, waarop voorgenoemde eskimo de mol vilt en naast de handdoeken te drogen hangt alvorens de benodigde reparaties aan zijn iglo uit te voeren waardoor hij glad de tijd vergeet, zijn de handdoeken én de mol hard (als de eskimo tenminste niet op -bijvoorbeeld- vakantie is buiten zijn normale habitat). Hé Sil, een goed en gezond 2011! Gr. Werner

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s